Een woonwijk in Rotterdam • 15 januari 2020 • Leestijd 5 min
Samen met Rami bouwen we een huis

Rami (21 jaar) heeft al vijf jaar geen eigen plek. Hij noemt zichzelf ‘bankhopper’; hij slaapt regelmatig bij vrienden. Om hen niet te belasten, is hij van ’s ochtends tot ’s avonds weg, de stad in.

Hoe ben je dakloos geworden?

“Op mijn zestiende ben ik uit huis gezet. Ik ging naar een gesloten instelling. Op m’n zeventiende ging ik naar een open instelling. Toen op m’n achttiende bleek dat ik geen hulp meer nodig had, ben ik teruggegaan naar mijn moeder. Maar daar ging het weer mis. Via een wijkteam werd ik doorverwezen naar de crisisopvang. Daar kon ik niet blijven, dus ben ik naar een daklozencentrum gegaan. Na een jaar was ook dat geen geen houdbare situatie meer, en stond ik op straat. Nu al ongeveer twee jaar.”

Hoe ben je bij SZN terechtgekomen?

“Ik had vaak contact met Tim van Rooijen, straatadvocaat bij het Basisberaad in Rotterdam. Via hem kwam ik in contact met Manon van Hoeckel. Zij was op zoek naar jongeren die wilden nadenken over hoe het is als je tussen je 18e en 21e geen ouders hebt om op terug te vallen en onvoldoende inkomen hebt om van te leven. Samen hebben we het WaardeCafé ontwikkeld.

‘Ik zou heel veel willen werken. Maar om te kunnen werken, moet je ook een plek hebben waar je kunt ontspannen en tot rust kunt komen’

Wat is jouw belangrijkste ontdekking sinds je bankhopper bent?

“Dat ik heel veel zou willen werken. Ik hou van aanpakken, m’n schouders ergens onder zetten. Maar om te kunnen werken, moet je ook een plek hebben waar je kunt ontspannen en tot rust kunt komen. En mensen om je heen hebben waar je bijhoort. Veel mensen vergeten hoe belangrijk dat is. Ik hoor vaak: ‘Er is genoeg werk, waarom werk je niet?’ Dat lukt dus niet in de situatie waar ik nu in zit.”

Wat zou je veranderen aan het huidige beleid voor dak- en thuisloze jongeren?

“Allereerst dat er meer begrip en acceptatie komt voor jongeren die er alleen voor staan en voor wat dit voor ons betekent in het dagelijkse leven. Ook zou ik er beter voor zorgen dat er überhaupt geen daklozen meer in Nederland zijn. Veel regels en beleid sluiten niet aan bij wat ik nú als dakloze jongere nodig heb, zoals eerst vier weken zelf werk zoeken voordat je een uitkering krijgt.”

Wat zien mensen vaak over het hoofd?

“Hoe moeilijk het is om uit deze situatie te komen. Je hebt heel wat meegemaakt. Voor mij zou het goed zijn om eerst tot rust te komen. Vanuit rust kan ik verder aan mijn toekomst bouwen. Je hebt een plek nodig waar je je veilig kunt voelen, en waar je zeker weet dat je er niet weer weg moet. Ik zit nu al een tijdje bij mijn zus maar dat is niet ideaal, ik kan daar elk moment worden weggestuurd.”

Stel, je krijgt een stabiel inkomen. Wat ga je doen?

“Ik zou een paar maanden sparen, zodat ik een huurcontract kan afsluiten – meestal willen ze de zekerheid dat je de huur kunt betalen. Als ik eenmaal een kamer heb, zou ik regelingen treffen voor mijn schulden. En dan zou ik heel graag echt tot rust willen komen. Tot ik stabiel genoeg ben om te gaan werken of erachter komen welke opleiding ik wil volgen. Ik denk dat ik veel actiever zou zijn, als ik uit deze situatie van continu wachten raak. Ik zou veel meer zin hebben om dingen te doen en nieuwe dingen te ontdekken.”

Rami doet mee aan de proef ‘Bouwdepots’, die SZN samen met designer Manon van Hoeckel en ondersteund door drie fondsen is gestart. Vijf dak- en thuisloze jongeren (18-21 jaar) uit Rotterdam, Den Haag en Eindhoven krijgen een jaar lang elke maand een inkomen van € 1.050,-. Met deze proef willen we kijken of voldoende inkomen rust brengt en tot een volgende stap leidt.

Manon van Hoeckel

Op bezoek in het WaardeCafé bij ontwerper Manon van Hoeckel

19 december 2019 •  Leestijd 6 min